Tag: violist

Zeep

Zeep

Jannie had haar linkerarm door die van Bets gestoken, in de andere hand klemde ze stevig een vaal rieten mandje vast. Gruwelijk koud was het, bijna net zo koud als die laatste oorlogswinter, verleden jaar. Gestoken in dunne bruine kousen wrongen haar voeten zich pijnlijk tegen het strakke leer van te kleine schoenen. Haar hoofddoekje, gemaakt van een kleurloze lap die moeder god weet waar had opgeduikeld, was dun als vloeipapier en niet bestand tegen de gekartelde oostenwind.

“Zouden ze zeep hebben?” zuchtte Bets verlangend. De straten waren bekleed met witte wol, zacht en aaibaar de contouren van de huizen. Een flard vioolmuziek klonk van verderop in de straat. Jannie zag een donker silhouet lomp afsteken tegen het wit. Wie stond er in dit weer nu buiten te spelen? Zagend kwam het geluid dichterbij, een melodie kon je het niet noemen. Het kloeg, en klauwde zich in haar oren. Ze huiverde. Dichterbij gekomen leek de violist niet meer dan een mager karkas, grotesk opgetuigd met een sierlijke hoed. Snel draaide ze haar hoofd weg. Was dat Simon Presser? Kon dat? Haar wangen begonnen te gloeien terwijl haar voeten plotseling gevoelloos werden.

De antiekwinkel van de familie Presser verderop in haar straat kwam haar weer voor ogen. Ze had er vroeger altijd voor de ramen staan kijken naar de zilveren kandelaars, er had ook een viool in de etalage gelegen. Tot die ene avond het gebonk van geweren op de voordeur had geklonken en een stem blafte: “Aufmachen! Wo sind sie?!” Haar vinger had getrild toen ze naar de winkel wees. “Danke schön, Fraulein,” grijnsde de commandant, waarna het groepje voort stampte tot aan het zeventiende-eeuwse pand met de sierlijke krulletters op de ruit. Snel had ze de voordeur gesloten, haar hart even luid bonkend als de soldatenlaarzen op straat. Toen het gerinkel van glas en een hoog gegil. Van Esther, dacht ze. De wegrijdende vrachtwagen had de huizen doen trillen. Daarna was de stilte ijzig neergedaald over de straat, een stilte die nog immer voortduurde.

Snel keek Jannie nog een keer om naar de violist. Ze greep haar hoofddoekje en trok het strakker over haar hoofd. De stof scheurde, maar ze merkte het niet. Ze versnelde haar pas en trok Bets mee, die haar verbaasd aankeek.
“Ik zou een moord doen voor een stukje zeep,” zei Jannie.